Ontmoeten

Soms hoor of zie je dingen niet voor het eerst… Maar valt er opeens weer licht op. Dat gebeurde van de week in een van de gesprekken… Het ging over “ontmoeten”. Ik ging mijmeren over dat woord.

Wat is ontmoeten? Ontmoeten is iemand tegen komen, iemand treffen. Dat kan een onverwachtse ‘toevallige’ ontmoeting zijn, waarbij je iemand tegen het lijf loopt. Of het kan gaan om elkaar zien en samen zijn, bewust en georganiseerd, in een gesprek of samenkomst.  

Ontmoeten gaat over contact. Onverwachts of bewust. De ander leren kennen. In gesprek komen met de ander. Ontmoeten gaat over verbinding. De ander van binnen tegenkomen en werkelijk zien.

Maar wat is er nodig om de ander écht te kunnen ontmoeten? Er viel van de week opnieuw licht op het woordje ‘ontmoeten’. Echt ontmoeten is eigenlijk ont-moeten. Vrij zijn van moeten. In het contact niets moeten, nergens aan hoeven voldoen…

Je echt laten ontmoeten kan alleen als je echt mag zijn. Onvoorwaardelijk. Vrij van eisen of verwachtingen. Echt ontmoeten kan als er geen oordelen zijn, over de ander of over jezelf. Als we onszelf en de ander laten staan…

Wat is het mooi, wat een zegen, om zó mensen te mogen ontmoeten. Iemand tegen komen, treffen. Iemand die laat zien wie hij of zij is. Mogen zien wat de ander bezig houdt, een kijkje nemen in het binnenste. De ander leren kennen in allerlei opzichten.

Buber zegt: “Alle werkelijke leven is ontmoeting.” We kunnen het ook omdraaien: “Alle ontmoeting is werkelijk leven”. Werkelijk zijn. Niets hoeven of moeten zijn, maar er mogen zijn.

Leven heeft te maken met groeien… Bij dat echt ontmoeten van de ander, ondervinden we ook iets in onszelf. Komen we ook onszelf tegen. Leren we ook onszelf beter kennen. Bij dat echt ontmoeten van de ander, ontmoeten we ook onszelf. Bij het echt ontmoeten van de ander, mogen en kunnen we ook innerlijk groeien.

Wat is dat ont-moeten soms moeilijk. In relatie met de ander, zijn we zo geneigd om de ander ‘aan te passen’ aan onze wensen en verwachtingen. Niet de ander zien en laten zijn. Maar de ander te beoordelen, op grond van onze eigen behoeften, normen en waarden. De ander niet werkelijk ont-moeten.

Wat is het soms ook moeilijk om jezelf te ont-moeten. In gedachten zijn we bezig met hoe we zouden willen zijn, of hoe we zouden moeten zijn. In plaats van ont-moeten, moeten we veel van onszelf.
Of we zijn bezig met gedachten over hoe we volgens de ander zouden moeten zijn… We zijn bang voor afwijzing. Het lukt dan niet om jezelf te zijn. Er te mogen zijn. Je werkelijk te laten ontmoeten door de ander.

Bij het overdenken van dit woord ‘ontmoeten’ viel er ook licht op het Woord. Ontmoeten vanuit Christelijk perspectief. Ont-moeten heeft te maken met genade. Uit genade in Christus, voor God niets meer moeten, niets meer hoeven zijn, maar er mogen zijn. En in die ontmoeting te ervaren wie Hij, de gans Andere, is.

Ontmoeten… Het gaat over genade. Het gaat over leven, werkelijk leven. Het gaat over mogen zijn. Er mogen zijn, in relatie met de ander. Het gaat over groeien.

Ik denk er nog een poosje over na… 

Ingrijpende werkelijkheid

“Als een kleed zal ’t al verouden;
Niets kan hier zijn stand behouden;
Wat uit stof is, neemt een end
Door den tijd, die alles schendt…”

Niets kan hier zijn stand behouden. Niets blijft zoals het was… Alles verandert. Sta je daar wel eens bij stil? Misschien zit u of jij daar wel midden in. Misschien merk je ’t op of loop je er tegen aan. Misschien lijd je er wel onder… Alles verandert. Je wilt het niet en toch gebeurt het.

Het gaat vaak heel geleidelijk. Soms zie je het pas als je omkijkt, terug kijkt. Je ziet foto’s van een jaar of enkele jaren terug. Je ziet het…wat er allemaal is veranderd.

Niets blijft hetzelfde, alles verandert. De dingen om je heen. Materie. Het gaat vanzelf kapot. Het slijt. We vervangen het zomaar voor iets anders. Het is er niet meer. Al ben je ergens nog zo zuinig op. Het verandert. Het gaat vanzelf. Door de tijd die alles slijt…

De mensen om je heen. Iedereen verandert. Kinderen en volwassenen worden ouder. Ze komen er anders uit te zien. Het uiterlijk verandert. Niets kan hier zijn stand behouden. Je kunt het niet tegen houden…

Ook het innerlijk verandert. Het gaat soms zo geleidelijk. We groeien, we ontwikkelen. We maken dingen mee, waardoor we veranderen. We leren of leren dingen af, waardoor we veranderen.

Ook verhoudingen, relaties, veranderen. Niets blijft hetzelfde. Niets houdt stand. Alles wat uit stof is neemt een end.

Omstandigheden veranderen. Blijde dagen veranderen in droeve dagen. En na het zuur komt het zoet. Na regen komt zonneschijn, zo zeggen we. Maar ook dat verandert weer. Niets blijft hetzelfde…

Een aantal weken geleden was het in mijn gedachten om hierover een blog te schrijven. Er was nog niet van gekomen. En sindsdien zijn ook mijn omstandigheden opnieuw veranderd. Mijn zus is overleden, na een ernstige ziekte, in de leeftijd van 48 jaar. Diep ingrijpende werkelijkheid. Niets kan hier zijn stand behouden. Wat uit stof is neemt een end. Veranderingen… Verliezen… Soms zo geleidelijk aan. Soms zo als onmogelijke werkelijkheid. De wind laat zich over het land horen. De steel van de bloem knakt. Haar schoonheid gaat verloren. En de standplaats wordt zelfs niet meer gevonden.

Niets kan hier zijn stand behouden. Alles verandert. Geleidelijk aan of abrupt. Maar Eén blijft wel. Eén verandert niet. Eén heeft geen verandering te vrezen. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid. Ik de HEERE word niet veranderd. Zijn gunst zal over die Hem vrezen, in eeuwigheid altoos dezelfde wezen.

Misschien lijd je aan de veranderingen. De onzekerheden van het leven. Misschien zoek je houvast of durf je je nergens aan vast te houden. Alles in het leven kan wankelen… De onzekerheden in het leven kunnen op je afkomen. Maar de Heere zegt in Zijn Woord: “Bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.”

“Maar Gij hebt, o Opperwezen,
Nooit verandering te vrezen;
Gij, die d’ eeuwen acht als uren,
Zult all’ eeuwigheid verduren.”

Hij gaat mee van 2019 naar 2020. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.

Jezelf voorbij lopen

Het is september. De vakantietijd ligt zo goed als achter ons. Vakantieverhalen zijn weer uitgewisseld. Sommige mensen zijn ver weg geweest. Lang gereden, ver gevlogen. Anderen bleven dichtbij.

Misschien bent u niet op vakantie geweest. Mogelijk door omstandigheden. Niet voor iedereen is vakantietijd een fijne periode. De vakantieperiode kan zo confronteren met herinneringen, moeiten, zorgen, pijn en verdriet, gemis. Juist in de vakantietijd kan eenzaamheid zo gevoeld worden. Dat kan als je ver weg bent, maar dat kan ook dichterbij.

Maar misschien heeft de vakantieperiode ook goed gedaan. U hebt genoten van een periode van rust. U hebt mooie dingen gezien en bekeken. U was misschien te midden van de bergen. Of u genoot van het water, de kracht van de zee. Wat is de natuur geweldig. Bewonderenswaardig.

Augustinus zei: “Mensen gaan op reis om zich te verbazen over de toppen van de bergen, de kracht van de golven van de zee, de lange loop van de rivieren, de uitgestrektheid van de oceaan, de rondgaande bewegingen van de sterren. En…. zichzelf lopen ze zonder verbazing voorbij”…

Gaat dit over u? Je hebt je verwonderd en verbaasd over de prachtige natuur. Maar loopt het hele jaar jezelf voorbij, zonder enige verbazing?

Wat kom ik veel mensen tegen die zichzelf voorbij lopen. Dat kan op allerlei manieren. Veel mensen genieten van de prachtige schepping buiten hen, maar zien zichzelf niet als een mooi mens. Ze zien zichzelf niet, als pronkjuweel van Gods schepping. Ze gaan aan zichzelf voorbij. Zonder enige verbazing. Zonder enige zelfwaardering. 

Anderen lopen zichzelf voorbij, zonder zichzelf op te merken. Ze zien zichzelf niet staan. Ze zien niet hun toppen, hun kracht, hun uitgestrektheid. Ze zien niet hun gaven en talenten.

Weer anderen lopen aan zichzelf voorbij en staan niet stil bij wat zij nodig hebben. Bij hun gevoelens en behoeften.

Sommige mensen lopen zichzelf niet alleen voorbij, zij rennen zichzelf voorbij. Zonder enige verbazing… Zij raken overspannen of burn-out.

Mensen gaan op reis, om zich te verbazen… Zij verbazen zich over de schepping. Over hoogten, diepten, krachten en uitgestrektheid. Over de bewonderenswaardige natuur. Maar zij gaan voorbij aan ‘de mens’. Zonder enige verbazing lopen zij ‘de mens’ voorbij.

Zien wij nog mensen om ons heen? Of zijn we alleen op reis… Gaan we alleen op reis om zelf te genieten. Gaan we alleen op reis om ons te verbazen over de omgeving… Maar lopen we zonder verbazing aan onze medemens voorbij? Geen aandacht voor je eigen context. Geen opmerken, kennis maken of werkelijk ontmoeten?

De vakantietijd is weer voorbij. De dagelijkse structuur is weer begonnen. Ik hoop dat we elke dag met verbazing in de spiegel kijken. En met verbazing kijken naar de mensen om ons heen…

Doorgegeven onrecht

Prachtige rode sundavilles had ik gekregen. ‘K had ze gepoot in een stenen pot en bij de voordeur gezet. Ze deden het schitterend. Elke keer als ‘k er langs liep genoot ik er van. Op een avond had ik de pot schoongemaakt, de uitgebloeide bloemen er uit gehaald. Ik stond er nog eens naar te kijken en zei: “Je zou het zo in kunnen pakken in cellofaanfolie. Een prachtig cadeau om weg te geven”.

De volgende ochtend stapte ik naar buiten. Ik dacht: “Er is iets veranderd. Het is kaal hier”. Opeens drong het tot me door. Mijn pot… was verdwenen! Wat sta je dan toch raar te kijken.  Flink verontwaardigd was ik!  ‘K keek links en rechts en ook alle mooie bloemen bij de buren waren verdwenen. In de hele straat was alles weggehaald. Een triest gezicht… Rondjes en vierkantjes van zand, potafdrukken op de stenen. Hier heeft een pot gestaan, daar heeft een bak gestaan. Ik kon het niet begrijpen! Wie neemt er nou toch bloempotten van een ander mee. Waarom? Waarvoor? De bloemen die ik notabene had gekregen. Waar ik goed voor zorgde en zo van genoot. Wat een onrecht…

Dan maar geen pot aan de voordeur, besloot ik. Maar na verloop van tijd, sleet de schade. Ik wilde toch wel graag een gezellige entree. In de winkel trof ik een hoge smalle kunststof pot. Die ga ik vullen met stenen, dacht ik. Dan nemen ze hem vast niet meer mee. Ik vulde mijn pot met stenen en zand. Voor mij was ie zwaar geworden. Er heeft inmiddels van alles in mijn pot aan de voordeur gestaan. Zomerplantjes, bolchrysanten, heide, viooltjes. Ik genoot er van. Ik kreeg er weer vertrouwen in…

Inmiddels zijn we twee jaar verder. Prachtige witte sundavilles had ik gekregen, aan het begin van de zomer. Ik had ze gepoot in mijn pot aan de voordeur. Elke keer als ‘k er langs liep genoot ik er van. Voordat ik een paar dagen weg ging, had ik de pot nog schoongemaakt. De uitgebloeide bloemen er uit gehaald. Een extra dosis water gegeven. Ik stond er nog eens naar te kijken en genoot van de prachtige bloemenzee.

Bij terugkomst… Er is iets veranderd, dacht ik. En ja, je raadt het al. Mijn pot was verdwenen. Opnieuw verdwenen. Opnieuw gestolen. Ik stond perplex. Even kwam er nog op in mijn gedachten: misschien heeft iemand uit de buurt hem apart genomen en er voor gezorgd. Het was immers erg warm geweest. Misschien had iemand zich over mijn pot ontfermd. Het onrecht wilde niet binnenkomen… Dit kon toch niet waar zijn… Maar het was waar. Dit keer was niet alles uit de straat meegenomen, maar wel mijn mooie witte sundavilles.

Bizar hè. Weer was mijn eerste reactie verontwaardiging. Totdat het plaatsmaakte voor de gedachte: Ik hoop maar dat ze er van genieten…

Hoe komt het dat deze mensen bloemen stelen, vroeg ik me af. Waarom hebben ze behoefte aan bloemen? Welke tekorten zouden er zijn in hun leven? Welk onrecht zou er plaatsgevonden hebben in hun leven? Waarom geven ze onrecht door aan anderen?

Hoe verdrietig als ervaren onrecht of tekorten doorgegeven worden. En als er bewust of onbewust ‘genomen’ wordt, waarbij we de ander onrecht aandoen. Als er onvoldoende vertrouwen opgebouwd is in geven en ontvangen.

Hadden ze maar aangebeld. Hadden ze ‘t maar verteld… Hun gebrek, hun nood, hun geleden onrecht… Ik had er een cellofaanfolie om heen gedaan. Een prachtig cadeau om weg te geven… Wat zou ik daar van hebben genoten.

Ik ga opnieuw een bloempot bij mijn voordeur zetten… Wie weet…

Geven en ontvangen

(vervolg)

Waren het pruimen? Zijn ze echt eetbaar? Omdat ik er al die tijd niet zeker van was, nam ik zo af en toe een vrucht. At er voorzichtig van.

De vogels vonden ze ook heerlijk. Ik heb er van genoten hoe familie pimpelmees en merel, afgewisseld door generaties eksters, een feestmaaltijd hielden in mijn boom. Soms was het echt een drukte van jewelste… Sommige mensen lachten me uit. Ze zeiden dat ik veel te aardig was voor de vogels in mijn tuin. Maar van delen word je rijker. “Alleen de liefde begrijpt het geheim van anderen geschenken te geven en daarbij zelf rijk te worden”, zei Augustinus.

De boom in mijn tuin heeft wel veel gedachten gegeven… Deze boom is er met vrucht voor anderen. Voor mij en mijn context, voor de kleine en grotere vogels in mijn omgeving, voor de wespen en andere insecten. Hij leeft voor anderen. Dient de ander. Wat is dat mooi om te zien. De boom deelt uit, van de gaven.  

De boom heeft wel verzorging en goede behandeling nodig, om te kunnen geven. Hij was in eerste instantie verkeerd gesnoeid en behandeld. Met alle gevolgen van dien. Verzorging, voeding, onderhoud, bescherming. Gekend worden. Wat is dat allemaal nodig in het leven. Om er te zijn. Om te kunnen groeien en bloeien. Om er te kunnen zijn voor anderen. Met vrucht voor anderen.  

Het gaat dus om een balans van geven en ontvangen in het leven. Als je alleen maar ‘plukt’, groeit er iets scheef. Als je alleen ‘onderhoudt’, gaat er ook iets mis.

De boom heeft onderhoud en verzorging nodig. Gelukkig is hij voor groei en bloei ten diepste niet afhankelijk van mensen. De groei, bloei en vrucht is uiteindelijk van God gegeven.

Of ik zelf plukte, of de vogels er van genoten, of de wespen er op af kwamen, de boom gaf zonder onderscheid, onvoorwaardelijk… De boom gaf net zolang tot alle vruchten er af waren. Hij gaf wat ie kon geven en dat was genoeg, voor mij en voor andere genieters…

Ik kende de naam van de boom niet. Wist niet of de vruchten eetbaar waren. Het raadsel is inmiddels opgelost: De vrucht is om van te genieten. Zelf én met anderen.

Onzekerheid

(vervolg)

Graag wil ik verder vertellen over de raadselachtige boom in mijn tuin. Weet je nog? Ik wist niet wat voor soort het was. Ik had het aan diverse mensen gevraagd, maar niemand wist het mij te vertellen. Na enkele jaren kwam er een vrucht. Een soort sierappeltje, dacht ik. Het volgende jaar waren er grotere, sappige, heerlijke zoete vruchten.

Waren het pruimen? Ik heb contact opgenomen met de vorige bewoners. Zij wisten niets van een pruimenboom in de tuin…  Hoe kan dat? Wat is het? Was deze boom nooit juist behandeld? Nooit gaan bloeien? Nooit vruchten gedragen? Of waren de vruchten nooit als eetbaar (h)erkend en gewaardeerd?

Hoe verdrietig kan dat zijn in het leven. Niet gekend worden. En mogelijk daardoor niet juist behandeld. Belemmerd in de bloei. Vruchten die niet gezien en gewaardeerd worden.

Het volgende jaar kwamen er weer prachtige vruchten aan m’n boom. Echter het bleef voor mij de vraag: zijn het nu wel of geen pruimen? Ze zagen er iets anders uit. Kleiner. Van binnen felroze. En zijn ze eetbaar? Ja, de vruchten zijn erg lekker. Maar niet alles wat lekker is, is toch ook goed of gezond voor je?

Zo kan er in het leven raadselachtige onzekerheid blijven over iets wat niet is aangewezen, niet is geleerd, niet is bevestigd… Er ontstaat pas zekerheid en rust, als het door (I)iemand wordt benoemd en bevestigd.

Zo is het van belang om kinderen bij de hand te nemen en te leren. Samen er naar kijken en over praten. Dingen aanwijzen, uitleggen, benoemen en bevestigen. Kwesties over het gewone dagelijkse leven en over God en het geloofsleven.

Ik had het aan diverse kenners gevraagd en niemand wist het me te vertellen. De naam van de boom, het soort. Zijn de vruchten eetbaar. Echte kenners kijken naar details. Het blad. De kleur en de vorm. De vrucht. De manier waarop de vrucht aan de boom zit. Wat is het fijn, wat geeft het vertrouwen, als iemand weet waar het over gaat… Het raadsel is inmiddels opgelost…