Gevoel heeft een slecht imago

Het valt me elke keer weer op…. Het slechte imago van onze gevoelens.

Gevoel? Wat moet je daar mee? Je koopt er niets voor.
Nee! Ik ben niet zo gevoelig. Ik ben heel nuchter.
Gevoel? Daar moet je je gewoon over heen zetten.
Gevoel? Dat kan je bedriegen! Gevoel is een slechte raadgever. We moeten vooral verstandig zijn, nuchter blijven nadenken.
Gevoelens… Nee daar praten we niet over. Ze zijn alleen maar lastig!

Hoewel ‘het luisteren naar gevoel’ maatschappelijk gezien wel meer terrein heeft gewonnen, zie ik toch elke keer weer mensen op allerlei terreinen worstelen met hun gevoelens.
Gevoelens die er niet mogen zijn…
Gevoelens die anders zouden moeten zijn..
Gevoelens die nu toch wel eens voorbij of over zouden moeten zijn…
Gevoelens zijn bedreigend, angstig of lastig!

Waarom gaan we zo met onze gevoelens om? Waar hebben we dat geleerd? En waar brengt het ons?

Gevoelens uiten… “Dat past echt niet in ons milieu hoor”, hoor ik dan zeggen. “Op mijn werk moet ik daar niet mee aankomen”. “In ons gezin, in onze familie… werd er nooit over gevoelens gesproken”.

Wat hebben we van jongs af aan hierin meegekregen? Welke plek geven we zelf aan ons gevoel? Welk imago over onze gevoelens willen we doorgeven aan de volgende generatie?

De termen ‘emoties’ en ‘gevoelens’ gebruiken wij in ons spraakgebruik door elkaar. Toch wordt er ook wel onderscheid gemaakt in emoties en gevoelens. Emoties komen naar voren in onze lichamelijke reacties. Verandering van gezichtsuitdrukking, verhoging van hartslag, trillen van de stem, knipperen van de ogen, tranen in de ogen. Niet altijd zijn we ons bewust van deze emoties. Gevoelens zijn eigenlijk de bewuste reflectie op deze emoties. Het is de bewuste beleving van de lichamelijke reacties. Wij zijn als mensen geschapen met de mogelijkheid om bewust te zijn van onze emoties. Wij zijn geschapen met de mogelijkheid met deze emoties om te gaan. Wij hebben de mogelijkheid van emotieregulatie gekregen.

Dieren hebben ook emoties. Ze zijn soms verdrietig, lijden soms pijn, ze lijken soms te rouwen, ze zijn soms angstig, ze zijn soms boos…  Zij kunnen dit niet verwoorden. Zij kunnen het hooguit in hun gedrag laten zien. Dieren stoppen hun gevoel niet weg. Ze vechten of vluchten, ze laten hun kop hangen of hebben de staart tussen de benen. Ze trekken zich terug, ze blazen of… enzovoort. Dieren laten hun emoties zien…

Wij mensen hebben het vermogen gekregen om over onze gevoelens te praten. Wij kunnen gevoelens delen. Maar wij mensen houden soms onszelf voor en geven aan elkaar door dat gevoelens er niet mogen zijn…

Als we bang zijn, moeten we flink doen…
Als we verdrietig zijn, moeten we vrolijk doen…
Als we boos zijn, moeten we dat inslikken en ons aanpassen…
Als we blij zijn, moeten we oppassen dat we niet de uitbundig worden…

Apart hè?! Waarom leggen we zoveel oordeel op onze gevoelens? Waarom mogen ze er niet zijn?

De Bijbel houdt ons iets anders voor. We lezen openlijk over allerlei gevoelens van de Heere Jezus. Hij huilde bij het graf van Lazarus. Hij liet soms zijn toorn en boosheid zien over onrecht en zonde. Hij was droevig en zeer beangst in de hof van Gethsemane. Hij vraagt ook naar de gevoelens en behoeften van de ander: “Vrouw wat weent gij? Wien zoekt gij?” Hij zei tegen de dochters van Jeruzalem niet dat ze niet mochten wenen, maar dat ze over zichzelf en hun kinderen moesten wenen. Wij kunnen gevoel bedrieglijk vinden, maar voor Salomo waren gevoelens en de emoties die zichtbaar werden heel bepalend bij zijn rechtspraak over wie de moeder van het levende kind was. Hij keek naar welke vrouw het ware moedergevoel liet zien…

Natuurlijk hoeven we niet enkel te varen op ons gevoel. Maar misschien mogen we wel beter voor onze gevoelens zorgen. Voelen…

Ja ik ben nuchter en ik heb ook gevoel
Ja ik ben verstandig en ik heb ook gevoel
Ja ik ben sterk en ik heb ook gevoel
Ja ik ben sterk juist omdat ik voel…

 

 

Tijd

Het werd hoog tijd voor weer eens een nieuwe blog op de (vernieuwde) site. De tijd lijkt soms wel te vliegen… Het eerste half jaar van 2018 is al weer verleden tijd. En we zijn aangekomen bij de vakantietijd.

Tijd… Wat een bijzonder woord eigenlijk. Wat is tijd? Het woordenboek spreekt over “de onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden”. Tijd is de opeenvolging van momenten, tussen vroeger en later. Tijd is een periode of een moment. Tijd gaat over lengte en duur. Tijd gaat over hoeveelheid. Tijd is te meten of op te nemen. Tijd is ook subjectief. Het heeft te maken met onze eigen unieke beleving. Onze kwaliteit van tijd. 

We kunnen zeeën van tijd hebben. Of van tijd noch uur weten. Sommige mensen zeggen tijd is geld. Voor andere mensen is tijd verbonden aan rust. “Geef me de tijd…”. We kunnen de tijd verslijten. Maar de tijd verslijt ook ons. We worden ouder door de tijd. Of we worden wijzer door de tijd. Wijsheid komt met de jaren, zegt men. Door het verloop van de tijd worden herinneringen mogelijk zwakker of lijken erge dingen mogelijk minder erg. Tijd slijt. Of: Komt tijd, komt raad. Tijd geeft soms een ander zicht op dingen. Tijd heelt soms wonden. Hoewel? Misschien blijven er toch wel littekens. Misschien blijven er toch wel dingen waar we geen raad mee weten. De tijd lijkt soms te vliegen, maar soms ook lijkt het of de tijd stil staat. Alles is doorgegaan, maar dit is niets veranderd, altijd nog hetzelfde.

Tijd is verbonden met ons leven. Levenstijd. Genadetijd. In de Bijbel staat in Prediker 3 dat alles zijn bestemde tijd heeft en alle voornemen onder de hemel heeft zijn tijd. Vele dingen worden opgesomd. Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven (vs 2). Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen (vs 4). Een tijd om te kermen en een tijd om op te springen (vs 4). Een tijd om te omhelzen en een tijd om verre te zijn van omhelden (vs 5). Een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen (vs 6). Een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken (vs 7).

Tijd voor blijdschap en tijd voor verdriet. Tijd voor jezelf en tijd voor de ander. Een tijd om anderen te helpen en een tijd om geholpen te worden. Een tijd om hulp te geven, een tijd om hulp te vragen. Tijd voor je werk en tijd voor je privé. Is er die tijd? De tijd is er wel, maar nemen we die tijd? Tijd voor rust en vakantie. Tijd voor jezelf en voor elkaar. En stille tijd?

Niet de tijd vliegt…. Maar WIJ vliegen (daarheen….), zegt psalm 90. Waar vliegen wij heen? En wat komen wij tijdens de vlucht van ons leven allemaal tegen? Waar willen we bij stilstaan? Waarbij moeten we stilstaan? Waar willen wij onze tijd voor nemen, of onze tijd aan geven?

Salomo zegt in Prediker: “Ik heb gemerkt, dat er niets beters voor henlieden is, dan zich te verblijden, en goed te doen in zijn leven. Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods.”
We mogen ons dus verblijden en goed doen. Goed doen aan onszelf en anderen. Eten en drinken en het goede genieten. Vakantietijd hebben en rusten van al de arbeid. Het goede genieten. Ook dat is een gave van God.

Misschien is het wel goed om in de vakantietijd eens stil te staan bij de invulling van onze tijd. Stel dat we een cirkeldiagram maken van hoe we onze tijd besteden. Hoeveel tijd besteden we aan werk, kerk, familie, vrienden, echtgenoot, kinderen, hobby’s, computer, sport, enz… Hoeveel tijd besteden we aan onszelf? Hoeveel tijd besteden we aan God? Hoe zou ons plaatje eruit zien en zijn we er tevreden mee?

Ik kwam laatst een treffende uitspraak tegen: “Besef wat je hebt, voor de tijd je laat beseffen wat je had”. Waaraan geven we onze tijd, waarvoor nemen we onze tijd…? Het is nu in ieder geval bijna vakantietijd. Tijd en gelegenheid om te bezinnen…. Fijne vakantie!

Vrede

Over enkele weken is het weer Kerst. “Vrede op aarde…”. Dat wordt weer herdacht en bezongen. Veel mensen zijn bezig met voorbereidingen. Adventspreken op de zondagen. Uitzien, verwachting… De bomen, tuinen, huizen zijn weer versierd met lichtjes. De winkels liggen weer vol met Kerst-artikelen. Er wordt nagedacht over “hoe gaan we dit vieren, waar gaan we dit vieren, met wie ga ik dit vieren…”. Alles lijkt gericht op het creëren van gezelligheid, rust en vrede…

Soms levert de gedachte aan de aanstaande Kerstdagen helemaal geen vrede op…., maar juist stress. Niet alleen maar stress vanwege al deze voorbereidingen. Maar vooral stress omdat de vrede ontbreekt…. Vrede in de familie, in het gezin, met mijzelf. Wat is het soms ver te zoeken… Wat levert het dan vooral pijn op. Onvrede….

Er zijn soms expliciete of stilzwijgende familieverwachtingen. Verwachtingen die kunnen verzanden in een vanzelfsprekendheid… Geen keus…, maar een beslissing waar je je onmogelijk aan kunt onttrekken. Het wordt van je verwacht: “Kerst vier je met je familie!”

Alleen dit al kan enorme stress opleveren. Vredig doen, terwijl er geen vrede is? Hoe moeten we dat doen? Vrede tijdens het Kerstdiner… en de strijd onder tafel? Waar moeten de gesprekken over gaan, als we het nergens over kunnen hebben?

Soms leveren de familieverwachtingen ook enorme dilemma’s op. Hoe doen we niemand tekort… Als je met meerdere mensen en wensen rekening moet houden? Hoe handhaaf je de vrede in en met jezelf en anderen?

Het kan ook anders… Je hebt gebroken, of anderen hebben met jou gebroken… Je zou het ook zo graag anders willen of hebben gewild. Zijn deze breuken (op termijn) nog te verbinden, te helen…? Welke acties kan en wil ik daarvoor ondernemen. Hoe vind ik vrede in mezelf, als dit niet het geval is?

Soms is er geen verwachting…. Soms roept Kerst juist gemis op. Gemis van wat er niet is… Gemis van een partner, kinderen, lichamelijke of psychische gezondheid. Gemis door één of meerdere verliezen… Juist de Kersttijd kan het verdriet zo dichtbij brengen. Mag het gemis ook aanwezig zijn? Wat geeft vrede…?

Vrede is een woord dat samenhangt met vrij-zijn… Vrede is verbonden met vrijheid en verantwoordelijkheid, voor jezelf en de ander. Vrede kan ontstaan in ontmoetingen waarbij we de eigen wensen en grenzen, gevoelens en keuzes bespreekbaar durven maken en durven spreken over de wensen en verwachtingen van de ander. Vrede is in vrijheid verbonden zijn met eigen gevoelens en behoeften en ook kunnen stilstaan bij die van de ander. Vrede ontstaat bij zoveel mogelijk recht doen, zowel aan jezelf als aan de ander! Vrede ontstaat als we geleden ‘onrecht’ niet doorgeven, maar willen ombuigen naar ‘recht en vertrouwen’ voor jezelf en de toekomst!

Deze vrede hoeven we niet alleen rond Kerst voor te bereiden. Elke dag geeft ons gelegenheid om te werken aan deze vrijheid en vrede met onszelf en anderen. Van harte daarvoor uitgenodigd in het komende jaar!

Ten diepste gaat het met Kerst over een hogere Vrede. Niet de vrede vanuit onszelf, niet de vrede tussen ons en anderen. Al zijn er knellende banden, al is er eenzaamheid of verdriet, al is er onrecht en onvrijheid… Al is er bij ons daarvoor geen mogelijkheid. Al is er geen verwachting en geen uitzien… Met Kerst gaat het over: Vrede met God. Immanuel: God met ons. Van harte gezegende Kerstdagen toegewenst!

De mens lijdt het meest…

Herken je dat? Zorgen maken om niets? Nou ja… om niets?! Er kunnen zeer veel dingen zijn waarover we ons zorgen maken. Zorgen ver weg… De wereldpolitiek, IS, vluchtelingen, natuurrampen. Zorgen dichterbij… Maatschappelijk, kerkelijk. Zorgen in de familie, in het gezin. Persoonlijke zorgen. Er kan zoveel zijn waarover we ons druk maken, waarover we bezorgd zijn.

Zorgen… Ze kunnen leiden tot innerlijke angsten. Angst in sociale situaties. Angst voor afwijzing. Angst voor negatieve beoordeling. Angst voor onveiligheid. Angst voor een ziekte. Angst voor je levensonderhoud. Angst voor verlies. Angst voor breuken. Angst voor miskenning. Levensbedreigende angst. Wat kunnen we lijden onder allerlei soorten van angst.

Angst is een normale menselijke emotie. Het is een gezonde reactie van onze hersenen op een bedreigende situatie. Angst kan je beschermen tegen gevaar. Je gaat vluchten, of jezelf verdedigen. De ene mens ervaart meer angst dan de ander. Hier kunnen erfelijke factoren aan ten grondslag liggen. Maar ook onze opvoeding, de context waarin we zijn opgegroeid, kan hierin van invloed zijn.

Angst heeft te maken met ‘zorgen maken’… Angst heeft ook te maken met ‘zorgzaam zijn’…. Het kan zijn dat je als kind bent opgegroeid te midden van zorgen. Je hebt geleerd om zorg te dragen, mee te zorgen, zorgzaam te zijn. Dat kan op verschillende manieren, in verschillende vormen. Soms heb je als kind taken gekregen, of zijn er zorgen op je schouders terecht gekomen, die eigenlijk te zwaar waren om te dragen. Zorgen die eigenlijk niet passend waren om (mee) te dragen als kind. Stel je maar eens letterlijk voor, een kind met een te zware last… Wordt dat niet angstig?

Zorgzame kinderen, die volwassen worden. Angstig, bezorgd en zorgzaam blijven…Ten diepste is er een angst voor wat ze ooit eerder in hun leven al hebben meegemaakt. Oude pijn. Opnieuw de afwijzing, opnieuw de miskenning, opnieuw de pijn van de onveiligheid, de pijn van verlies, de pijn van gemis aan… Dat moet voorkomen worden…

We gaan lijden… En we denken dat de angst ons helpt. We denken dat het ons helpt om te piekeren, we denken dat het ons helpt om ons zorgen te maken. Door ons zorgen te maken lijkt het alsof we het gevaar kunnen afwenden, situaties kunnen voorkomen en onder controle kunnen hebben. Maar….

“Een mens lijdt dikwijls het meest
door ‘t lijden dat hij vreest
doch dat nooit op zal dagen.
Zo heeft men meer te dragen
Dan God te dragen geeft.”

We lijden, we vrezen…. Door meer te dragen dan passend is. Door meer te dragen dan God te dragen geeft. Door meer te dragen dan passend is bij onze verantwoordelijkheid. We dragen lasten, waar wij niet voor kunnen zorgen. We proberen te zorgen voor dingen waar wij geen grip op hebben. Van harte gun ik u deze lasten kwijt te raken. Kom gerust eens praten. Belangrijk en troostvol is wat er staat in de Bijbel (1 Petrus 5:7): “Werp al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.”


“Het leed dat is, drukt niet zo zwaar
als vrees voor allerlei gevaar.
Maar komt het eens in huis,
dan helpt God altijd weer
en geeft Hij kracht naar kruis.” 

Verschil mag er zijn!

“Zoek de tien verschillen…”. Je weet wel, dat zijn van die kinderbezigheden op een pak vla of in een kindertijdschrift. We worden er al jong mee opgevoed: verschillen zoeken…

“Wat is het verschil?”, vragen we aan de verkoper, als er twee soortgelijke producten naast elkaar staan. Vaak moeten verkopers daar behoorlijk over nadenken… Ze kijken op het etiket van het product en vergelijken. Regelmatig krijg je ‘t antwoord: “…maar het is allebei wel goed!”.

Wij mensen zijn blijkbaar gericht op verschillen. Ik hoor het ook terug in therapie. Mensen zijn geneigd om hun verschillen op tafel te leggen. Vaak is daarbij de insteek: “Ik ben oké, de ander, die zo verschillend is, is niet oké”. Soms is de insteek andersom. Deze mensen vertellen: “De ander, die zo verschillend is, die is oké. Ik ben niet of minder oké.” 

Mensen gebruiken verschillen, om zich te onderscheiden. Ook dat is soms al jong geleerd. Het wordt over kinderen gezegd: “een totaal ander kind dan haar zusje”… “Deze is veel drukker dan de oudste”… “Die kan veel beter leren en haalt veel betere cijfers”… “De jongste heeft een veel liever karakter”… “Die is… veel slimmer, socialer, creatiever, liever, zorgzamer, makkelijker”… enzovoort. Kinderen die een etiket van verschil krijgen opgeplakt. Etiketten die soms een leven lang meegaan…

Als therapeut luister je naar de verschillen die op tafel worden gelegd. De verschillen die als ‘oké’ of ‘niet oké’ worden ervaren. De verschillen die gebruikt worden om zich te onderscheiden. De verschillen die als etiketten zijn meegegeven… Welke last wordt daar van ervaren? Kloppen de etiketten wel?

Ik kom het nog al eens tegen dat mensen zich helemaal geïdentificeerd hebben met het etiket dat ze hebben meegekregen. De verschillen die zijn benadrukt zijn geëigend. Zo sterk dat ze er zelf in zijn gaan geloven. “Nee hoor, ik ben absoluut niet creatief, niet sociaal, niet lief…., want dat past meer bij mijn zusje.” Of: “Ik ben niet handig, mijn broer kan alles, ik kan niets”.

Er zijn ook mensen die verschillen liever zouden wegpoetsen. Ze doen hun best om te zijn zoals de ander. Ze doen hun best om van etiketten af te komen, plakken er liever een ander etiket overheen dat lijkt op de ander, of dat gewaardeerd wordt door de ander. Niet opvallen, niet lastig zijn, niet anders zijn… Aanpassen, voegen, zijn zoals de ander… Doen wat de ander doet. Kan wat de ander kan. Niet verschillend zijn. Niet jezelf zijn…

Verschillen… Ja, ze bestaan! Dat kunnen we niet ontkennen. Ieder mens is uniek. Verschil in uiterlijk, verschil in innerlijk. Verschillende gaven, verschillende eigenschappen. Vergelijken? Daar kunnen we moeilijk aan ontkomen… Wat zou het mooi zijn, als we net als de verkopers in de winkel, goed de producten bekijken. Lezen wat er op het etiket staat, lezen wat er in zit… Vergelijken. En uiteindelijk zeggen tegen elkaar: “…maar het is allebei goed”. Onszelf laten staan en de ander laten staan. De een is hier goed in en de ander daarin. De een is hier nodig en de ander daar. De een is hier bruikbaar en de ander daar. De een heeft hier gaven in en de ander daar. Verschillend mogen zijn. “Maar het is allebei wel goed, het is allebei oké”!

 

Rouw, het bewijs van liefhebben

Vandaag, 23 maart 2017, is het een bijzondere dag. Terwijl ik dit aan het schrijven ben is de lucht strak blauw. Een stralende zon. Prachtige bloesems aan de bomen. Kleine groene frisse blaadjes. Fluitende vogels. Het is voorjaar. Nieuw leven is overal zichtbaar. Een dag met een gouden randje. En toch, voor mij ook een dag met een zwart randje. Vandaag is het herdenkingsdag. De dag waarop mijn vader, nu twee jaar geleden, is overleden.

Vijf weken na zijn overlijden schreef ik daarover een blog. Voor mij was het helpend om die blog te schrijven. Een wijze van uiten. Ik nam mij toen voor om jaarlijks een blog te schrijven, rondom de sterfdag van mijn vader. Waarom? Om aan mijzelf de toestemming te geven dat rouw mag blijven bestaan. Om daarvoor ruimte te nemen. En ook om daarmee een boodschap af te geven aan iedereen die met verlies en rouw te maken heeft: Rouwen is een proces dat niet over hoeft te gaan. Het mag er zijn….

Dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan. In de ruim 17 jaar die ik werkzaam ben in de hulpverlening heb ik veel mensen hierover gesproken. Een veel gehoorde klacht is bijvoorbeeld: “Wie denkt er nog aan? Voor iedereen gaat het leven verder en gewoon door. Mensen zitten er niet op te wachten dat ik er nog over praat. Na zoveel jaar moet het toch eens over zijn?”. Ik vond dat altijd schrijnend om te horen… Hoe is het mogelijk…, zijn er echt mensen die denken dat rouw overgaat?! 

Een jaar later herinnerde ik mijn voornemen…. Het lukte me echter totaal niet om iets te schrijven. Ik wist niet wat ik er over moest zeggen. Ik had er geen woorden voor. Uiteindelijk stond ik mezelf dat maar toe. Mijn voornemen om elk jaar een blog te schrijven was natuurlijk een mooie missie, maar moest ook geen ‘must’ worden. Misschien kon ik volgend jaar een blog schrijven…

Een ding was me duidelijk. Rouw laat zich niet sturen. Je kunt een bepaald voornemen hebben, een bepaalde verwachting hebben, maar altijd gaat het toch weer anders…

Soms verwacht je dat de sterfdag het meest herinnering en emotie zal oproepen. Je leeft daar naar toe. Maar dan opeens is het juist de laatste dag van ontmoeting, die het meest levendig terug komt in de herinnering. Je kunt tegen bepaalde dagen opzien. Verjaardagen, feestdagen. Soms vallen die momenten enigszins mee. Terwijl je op een ongedacht en onverwacht moment midden in herinneringen en emoties kunt zitten.

Nu is het al twee jaar geleden dat mijn vader is overleden. Het herdenken daarvan is niet gebonden aan 23 maart. Eigenlijk is dat het hele jaar door. Bij tijden en ogenblikken dichtbij, dan weer verder weg. Soms zit je er midden in. Verdriet en gemis. Beelden, gedachten, gevoelens, herinneringen… Dan weer staat het verder weg. Hoe het ook zij, verder weg of dichtbij… Rouw mag er zijn.

Het is niet gebonden aan een dag. Rouw laat zich niet sturen. Rouw laat zich ook niet wegsturen. Dat hoeft ook niet. Rouw is het bewijs van liefhebben. Vandaag is het een dag met een zwart randje. Maar ook met een gouden randje… De zon schijnt. De vogels fluiten, terwijl we de grafsteen schoonmaken. “In liefdevolle herinnering aan….”. Wat een groot geschenk dat we een liefhebbende, lieve en bijzonder zorgzame vader mochten hebben.