Een boos gezicht, een boos gebaar… en een harde stem die roept: “Je kan me ook wel even bedanken hoor!!!”. Ik schrik me een hoedje.

Zojuist reed ik de straat uit. Buiten is het donker en nat. Op de dwarsstraat staan een aantal auto’s, op de rechterbaan voor het verkeerslicht. Ik moet op de linkerbaan komen. Een auto rijdt achteruit, om mij een doorgang te bieden naar de linkerbaan.
Wat aardig! Ik stuur mijn auto er tussendoor. T Is wat smal en ik moet voorzichtig om een auto heen draaien. Vervolgens sta ik op de linkerbaan te wachten op ‘groen’. 

Het verkeerslicht voor rechtsaf heeft eerst groen. En opeens… naast me, staat daar de bestuurder die ruimte voor mij maakte, te schreeuwen. Boos…dat ik hem niet bedankt had voor zijn ‘geven’.

Nou moet ik eerlijk bekennen, dat ik het ook heel passend vind om te bedanken, als iemand iets aan me geeft! Maar ’t was er even niet van gekomen. Ik had alle aandacht nodig gehad, om er tussen door te sturen.

Toch geeft het me te denken…
Ja, natuurlijk bedank ik graag, als er gegeven wordt.
Maar geef ik ook om bedankt te worden?

Ik kom dit in therapiegesprekken nog al eens tegen. Mensen ontvangen. Soms zelfs zonder daarom te hebben gevraagd of zonder dat daadwerkelijk te benodigen. Maar de gever raakt gekwetst, voelt zich niet gezien of gewaardeerd, als daarvoor niet (voldoende) wordt bedankt. Wat kan dit tot een ingewikkelde omgang leiden. Het heeft vaak z’n wortels in de levensgeschiedenis. T Is verdrietig voor zowel de gever als de ontvanger.

Geef ik om de ander aan de ander?
Of geef ik voor mezelf?

Geef ik om te geven?
Of geef ik om te ontvangen?

Geef ik om bedankt te worden?
Of geef ik ‘om niet’?